“Ik begrijp hun.”
Het werd stil in de dug-out. De kinderen, een mix van derdegeneratiepolen, Turken, Marokkanen en Belgen, trainden er ondertussen rustig op los. Yussef zijn opmerking deed enkele ouders slikken.

“Hoezo begrijp je dat?”, vroeg een aanwezige grootmoeder, duidelijk verbouwereerd door zoveel lef. In haar ogen transformeerde de immer beminnelijke Yussef naar een IS-gezant. Yussef, het toonbeeld van goed-geïntegreerde Marokkaan en met meer werkuren achter zijn naam dan de gemiddelde Vlaming, heulde plots mee met de moslimterroristen die eerder op de dag de redactie van Charlie Hebdo in Parijs herschiepen in een bloedbad.

“Dat wil niet zeggen dat ik ermee akkoord ga, maar ik begrijp hun.”
Het niveau van consternatie milderde. De gewonnen ruimte werd al gauw ingenomen door een discussie.
We kennen ondertussen onze argumenten. Ons verbaal veiligheidsschild tegen de grondtroepen van de Koran. De artillerie van democratie, de stormfusiliers van vrije meningsuiting, de brigade van scheiding der machten en de interventietroepen van waarden en normen.
De grootmoeder schoof ondertussen twintig centimeter verder weg van Yussef.

“Ik keur hun acties niet goed. Niemand heeft het recht andermans leven te ontnemen, maar ze hadden geen andere keuze”, repliceerde Yussef. “Hoe lang kan je blijven tolereren dat ze je uitlachen, je beledigen en vernederen? Zelfs na de honderdste vraag om ermee te stoppen?”

“We tekenen toch Godverdomme wat we willen zeker!” Het deel “en als ge dat niet begrijpt kruipt ge maar terug op uw kameel” was latent aanwezig maar bleef gelukkig hangen boven het kunstgras.

Ilya slalomde tussen twee verdedigers en scoorde overhoeks. Een high five met Zakaria en Arel bezegelde hun samenspel. De stand werd 3–1.

“Wij mogen geen afbeeldingen maken van Jezus. Jezus was een profeet. Wij zullen nooit cartoons maken van jullie godsdienst” antwoordde Yussef.
Dàt stemde even tot nadenken. De verbale munitie werd strategisch uitgekozen. Hij maakte er dankbaar gebruik om zijn betoog verder te zetten.
“Stel dat jij een cartoon maakt van mijn moeder waar ik niet mee gediend ben. En mijn moeder nog minder. Ik vraag je om ermee te stoppen, maar je doet dat niet omdat jij je beroept op je recht op vrije meningsuiting. Ik zou ook graag een cartoon van jouw moeder maken, maar onze waarden liggen anders. Wij mogen van ons moeder geen cartoon maken over andere moeders. Dus vraag ik nogmaals beleefd om ermee te stoppen. Pas als we dreigen wordt onze vraag gehoord. En dan zijn wij plots opruiers. Omdat wij ons niet kunnen aanpassen aan jullie waarden. En toch zouden jullie het niet leuk vinden mochten wij jullie moeders plots beginnen te vernederen.
Maar nogmaals, ik keur de actie niet goed. En ik bid straks nog tot Allah om dat duidelijk te maken.”

Het werd stil in de dug-out. De grootmoeder keek de andere kant uit. “Enkel begrip en wederzijds respect kan ons uit de impasse halen” opperde ik om verdere schade te voorkomen.

Mijn dochter is twaalf. Ze heeft 9/11 niet meegemaakt. Vandaag maakt ze 7/01 mee, maar het dagelijks geweld op TV maakt haar immuun voor de zoveelste moordpartij. “Oooh Parijs, daar wil ik ook nog eens naartoe”, kirt ze. Ik moet er geen tekening bij maken.

(Picture by Sylvia Bollé)

Creatieve, lankmoedige agrariër // Schrijft, bedenkt, tekent en realiseert (zich vaak dat het ook anders kon).

Creatieve, lankmoedige agrariër // Schrijft, bedenkt, tekent en realiseert (zich vaak dat het ook anders kon).